De regering is om! Studenten krijgen straks weer een basisbeurs en hoeven daarmee minder te lenen dan nu het geval is. Wanneer gaat het in? Wat betekent het precies? En hoe zit het met de studenten die net tussen wal en schip zijn gevallen en het meeste hebben moeten lenen?
Als het aan de regering ligt, wordt het leenstelsel vanaf het studiejaar 2023-2024 afgeschaft. Vanaf dat studiejaar krijgen studenten een basisbeurs. Die ze niet terug hoeven te betalen, als ze op tijd afstuderen. De hoogte van die basisbeurs komt volgens het Centraal Planbureau uit op €108,- per maand voor thuiswonende studenten en €300,- per maand voor uitwonende. Let op! Dit is een schatting, het uiteindelijke bedrag staat nog niet vast.
Voor elke student komt er een basisbeurs, maar er is meer. Afhankelijk van het inkomen van de ouders komt er misschien ook een aanvullend bedrag. Daar komt bij dat de huidige OV-studentenkaart en de huidige voorwaarden waarop een student kan lenen waarschijnlijk zo blijven als ze nu zijn.
Het is een beetje zuur voor de studenten die na het afschaffen van de basisbeurs in 2015, hebben moeten lenen voor hun studie en nu met behoorlijke studieschulden zitten. Dat betekent niet alleen dat ze geld moeten terugbetalen, het bemoeilijkt ook hun start op de woningmarkt.
Als je een studieschuld hebt, kun je minder gemakkelijk een hypotheek krijgen. Gesproken wordt over compensatie van die studenten, die tussen 2015 en komend studiejaar 2022-2023 studeren en onder het leenstelsel vallen. De overheid trekt daar 1 miljard euro voor uit. Rekening houdend met studentenaantallen (rond 1 miljoen), zou dat een compensatie van €1.000,- per persoon opleveren. Veel studieschulden lopen in de tienduizenden euro’s, dus dat zet weinig zoden aan de dijk. Of de regering méér wil uittrekken ter compensatie is maar de vraag. Ook al zouden de aantallen studenten de helft zijn, dan nog is de compensatie in veel gevallen een schijntje. Daar komt bij: studenten die nog gaan studeren, in het studiejaar 2022-2023, hebben ook nog te maken met dat leenstelsel.
Voor ouders is het goed in kaart te brengen wat de huidige studieschulden van hun kinderen zijn, wat de eigen bijdrage kan betekenen voor kinderen jonger dan 21 jaar en hoe zij hun kinderen het beste financieel kunnen ondersteunen ook na hun 21e. Een financieel plan reikt daarbij verder dan alleen de eigen situatie van de ouders, maar helpt ook de kinderen op weg naar een eigen toekomst.